Kees de Ruwe | De Ruwe projectmanagement

Dekens van schapenwol

Er is nog niemand als we om kwart voor zes bij het etablissement arriveren. Het zou om zes uur beginnen. We beginnen ons al af te vragen of we wel goed zijn, als een grote, beetje morsige man met een gedrongen postuur het zaaltje binnenkomt. Hij draagt een blauwe terlenkabroek op witte sokken in bruine mefisto’s. Het geelgrijs geruit colbertje, dat zijn imposante buik ternauwernood omspant, heeft hij dichtgeknoopt over een rood-wit bloemetjesoverhemd. Een te uitbundig geel pochet bekroont de unieke combinatie. De man heeft het hoofd van een buldog en verder een wie-doet-mij-wat-uitstraling. Dat moet de entertainer zijn, denk ik. Hij komt vertellen over het nut van wollen dekens. Mijn vrouw ontdekte de aankondiging voor de demonstratie in een hoekje van de krant. Ze werd getroffen door de aanprijzing “toegang vrij – met gratis driegangendiner”. Ze wist mij en een bevriend echtpaar zo gek te krijgen om met haar mee te gaan.
Nu zitten we hier met z’n vieren. Intussen hebben we koffie gekregen. Ze geurt naar een hele mid-dag pruttelen en teistert onze magen zo, dat we al snel verlangen naar maagzuurneutraliserende tabletten. Langzamerhand druppelen er meer mensen binnen. Onderwijl heeft de entertainer zich geïnstalleerd achter een slordig gedrapeerd gordijn. Hoorbaar geschuifel en gerommel. Vermoedelijk wordt het decor van de voorstelling nog wat verder aangekleed. Tegen kwart over zes zijn er drieëntwintig mensen binnen. We hebben allemaal een tafel opgezocht en wachten nu op verdere aanwijzingen van de entertainer. Deze komt even later achter het gordijn vandaan, doet zijn best een goedmoedig gezicht op te zetten en begint ons krachtig toe te spreken. “Welkom dames en heren op deze bijzondere avond. Straks zal ik u inwijden in de geheimen van mijn wollen producten. Maar we gaan nu eerst lekker eten. U krijgt zodadelijk een heerlijke kipfilet met aardappelen en groenten en we sluiten af met ijs”. Klaarblijkelijk wordt de belegen koffie beschouwd als de eerste van de beloofde drie gangen. De kipfilet is gestoomd en wordt zonder zout of saus opgediend. Verder gekookte bintjes zonder jus en laffe prinsessenboontjes zonder nootmuskaat. Niet eens appelmoes uit blik. Gaarkeukeneten zonder kraak of smaak. Samen met het eettempo van de entertainer maken wij hieruit op dat het niet de bedoeling is dat wij er een gezellig etentje van maken. Ook het bolletje waterig vanille-ijs nodigt daar niet toe uit.
Om klokslag kwart voor zeven staat de entertainer op, kijkt minzaam de zaal rond, opent het gordijn en showt met een wijds gebaar de uitgestalde spullen. Er staat een bed op hoge poten met daarop een dikke matras en daarnaast allerlei dekens en kussens van verschillend formaat. Op een keukentafel liggen folders en formulieren. Kennelijk moeten hier zaken worden gedaan.
“Dames en heren”, begint de entertainer, “Ik laat u hier vanavond kennismaken met mijn unieke producten van zuiver schapenwol. Wollen dekbedden, met wol beklede matrassen, wollen onderdekens en wollen hoofdkussens. Waarom wol, zult u vragen. Dan stel ik u een wedervraag. Heeft u thuis een dekbed? Ja, natuurlijk, zult u dan antwoorden. Van dons of synthetisch? Ik zeg u, het maakt niet uit. Beide producten kunnen niet op tegen wol. Ze zijn daarbij vergeleken niets en niemendal”.
Nu richt hij zich tot een van de dames in de zaal. Gaandeweg de voorstelling zal blijken dat de entertainer de aanwezige heren niet tot zijn doelgroep rekent. De vrouwen moeten overtuigd worden. De mannen zijn er hoogstens voor de broodnodige financiële support. “Mevrouwtje, transpireert u ’s nachts wel eens?” De arme vrouw krijgt nauwelijks de kans om te antwoorden, als hij met stemverheffing zegt: “Jazeker, wist u dames en heren, dat u ’s nachts ten minste vier liter vocht verliest, jazeker, en dat gebeurt niet alleen op de wc. Dat gebeurt ook in bed. En ik kan u verzekeren dat uw lichaamsvocht – ik zal het netjes zeggen – doorgaans niet naar water ruikt. En waar blijft dat allemaal? Dat verdwijnt allemaal in uw donzen of synthetische dekbed. En wat dacht u van uw fijne kunststoffen matras? Heeft u al die kringen daarin wel eens opgemerkt? Allemaal lichaamsvocht! Kijk, bij zuiver schapenwol heeft u daar geen last van. Wol neemt het vocht ook op, maar – en dat is het geheim! – het reinigt zichzelf. U hoeft het dus ook nooit te wassen. Even buiten hangen met een beetje mistig weer of bij heel fijne motregen en uw wollen dekbed is weer als nieuw”. Onze entertainer verkondigt dit alles met het aplomb en de uitstraling van een marktkoopman. Onderwijl beweegt hij zich als een ontembare cabaretier op een theaterpodium. Met veel gevoel voor drama stort hij zijn aanprijzingen over de aanwezigen uit. “Lakens heeft u voortaan ook niet meer nodig. U hoeft geen beddengoed meer te wassen, dames. Bedenk eens wat u allemaal kunt doen in de tijd die u daarmee uitspaart!”. Aan onze tafel begint mijn vrouw een beetje besmuikt te lachen, spoedig gevolgd door onze vrienden. Mij bekruipt een gevoel van plaatsvervangende schaamte. Wat doe ik hier?
“Heeft u wel eens een verstuikte enkel gehad? Legt u daar maar eens een dot ruwe schapenwol op. U zult zien dat de zwelling snel minder wordt. En hoe komt dat, vraagt u zich direct af. Wel, zoals ik al zei, wol – neemt – vocht – op! En let wel, het moet zuiver ongewassen scheerwol zijn. Het huidvet van het schaap moet er nog inzitten. Anders heeft het geen zin. Nu zult u denken: kriebelt dat dan niet, zo zonder lakens? Ik kan u geruststellen. Onze – producten – kriebelen – niet! Integendeel, ze voelen heerlijk zacht aan. En is dat ‘s zomers dan niet vreselijk warm? Ab-so-luut niet, dames! U zult geen druppel, maar dan ook niet één druppel zweten. Dat kan ik u – met mijn hand op het hart – verzekeren! Trekt u ook geen nachtjapon of pyjama meer aan. Bespaart u zich de moeite en de kosten”.
Mijn vrouw houdt het niet meer en proest het uit van het lachen. Ad rem reageert de entertainer: “Mevrouw, er valt hier niets te lachen”. In een oogwenk is de entertainer veranderd in een school-meester, die orde moet houden. “U bent de hele tijd al bezig. Ja, ik heb het wel gemerkt. Ik sta hier serieus mijn werk te doen en het enige wat u kunt doen, is er tussendoor gaan zitten te lachen. Mevrouw, ik laat geen loopje met me nemen. Ik mag toch waarachtig wel rekenen op enig respect! En als het u niet bevalt, dan gaat u maar”. Het is nu doodstil in het zaaltje. Aan alles is te merken dat er niemand echt op zijn gemak zit. Ik voel aandrang om onder het uitroepen van onwelvoeglijke woorden op te staan en het etablissement te verlaten, maar iets weerhoudt mij daarvan. Wat het is, laat zich moeilijk definiëren, maar het heeft iets te maken met lef of juist het gebrek daaraan. In stilte houd ik mezelf voor dat het geen angst is, wat me drijft, maar fatsoen, iets wat ik bij de entertainer nog niet heb kunnen ontdekken. Ik hoef hem toch zeker niet met gelijke munt terug te betalen!
Hoe het ook zij, de lol is eraf, en niet alleen voor mij. En terwijl de entertainer ondanks zichzelf doorgaat met zijn verkooppraatjes, verslapt zienderogen de aandacht van de aanwezigen. Geroezemoes krijgt de overhand en de voorstelling gaat langzaam uit als een nachtkaars. Later op het parkeerterrein zie ik niemand iets in de kofferbak van de auto doen, laat staan wollen dekens. Ik kan een gevoel van medelijden niet onderdrukken.