De Ooij ontdekt

pas later zag ik de Ooij
nooit ontdekt stuk land
in lange puberzomers
bronstig aan de Bisonbaai
en de dijk waaraan geen einde

nu ligt hij blinkend voor mij
die bekoorlijk rijpe polder
uitdagend en pront
als die mij toen verliefde
klaar om te ontvangen

hier is het leven niet op drift
en de rivier zo nu en dan
de nachten zijn hier nacht
de vroege avond rood
de ochtendschemer nevelwit

dag en nacht begeerlijk
blijft hij mij verleiden
die groene plek van mensen
verstrengeld met natuur
de Ooij waaraan geen einde