Opwelling

thuisgekomen zie ik je zitten
in de portiek voor de deur
in een opwelling ontbloot

de late najaarszon straalt
zijn behagende warmte
nergens anders dan daar
op een meter bij een meter

je doet je nagels en de rest
het gereedschap op schoot
naast je koffie op z’n Frans
voor zo meteen een boek

opgewonden wil ik bij je
maar er is daar geen plaats
en straks de passie passé